Hoe vul ik mijn aangifte inkomstenbelasting in voor Capler?
Wessel Oosterman, 20 January, 2026
Leuker kunnen we het invullen van uw aangifte inkomstenbelasting niet maken, makkelijker wel. In dit artikel leest u hoe u een Capler belegging invult op uw belastingaangifte.
Let op: dit artikel gaat over de belastingplicht in 2024. Belastingregels kunnen veranderen en de inhoud van dit artikel kan niet langer van toepassing zijn. Alle beschreven informatie is met de grootste zorgvuldigheid samengesteld, maar gebaseerd op algemene belastingwetgeving. Hierdoor kunnen hier geen rechten aan ontleend worden voor uw eigen specifieke belastingstatus- en aangifte, of situaties die hier niet worden beschreven (zoals zakelijke beleggers). Het is mogelijk dat dit bericht onvolledig is, onjuistheden bevat, niet voor u is bestemd en/of te laat wordt ontvangen. Hiervoor wordt geen aansprakelijkheid aanvaard. Bovenstaande is nadrukkelijk geen belastingadvies en voor vragen kunt u het beste contact opnemen met een gespecialiseerd en geaccrediteerd adviseur.
Voor Nederlandse particuliere beleggers
De meeste beleggers bij Capler zijn particuliere, niet-zakelijke beleggers die in Nederland belastingplichtig zijn. Voor hen is de belastingaangifte over 2024 eenvoudig: zij hoeven de waarde van hun belegging bij Capler niet in te vullen.
Hoe zit dat? Als je totale vermogen boven het heffingsvrije bedrag uitkomt, moet je in uw belastingaangifte de waarde van al uw bezittingen opgeven. De Belastingdienst kijkt daarbij naar uw vermogen per 1 januari 2024. Omdat het Capler Private Equity fund-of-funds pas in 2024 is opgericht en er op 1 januari 2024 nog geen beleggingen waren, hoeft u Capler niet mee te nemen in uw aangifte.
Nederlandse pensioenbeleggers via de lijfrente
Valt de lijfrentebelegging die u in 2024 deed binnen uw jaar- of reserveringsruimte? Dan kunt u dit bedrag bij de belastingaangifte over 2024 aftrekken van uw belastbaar inkomen in box 1. Zo krijgt u een deel van uw inleg terug.
In uw aangifte inkomstenbelasting vinkt u eerst aan “Uitgaven voor lijfrente, alleen bij een pensioentekort” in de sectie “Uitgaven”. De totale inleg die u in 2024 deed als lijfrente vult u onder de sectie “Uitgaven voor lijfrente” in. Hier moet u ook gegevens invullen om de totale jaarruimte in 2024 te bepalen.
Let op, u vult dus de inleg in en niet de eindwaarde van uw belegging per 31 december 2024. Dit is het totale (bruto) bedrag dat u stortte op uw lijfrenterekening, ook als dit geheel of deels per 31 december 2024 als cash bij Capler in de boeken stond omdat de acceptatie van de belegging op die datum nog niet had plaatsgevonden. U vult ook het rekeningnummer van uw lijfrente beleggingsrekening in tijdens de aangifte. Het rekeningnummer staat vermeld op uw jaaroverzicht.
Risico's
Dit is een reclame en geen beleggingsadvies. Raadpleeg het prospectus en het essentiële informatiedocument voordat u een beleggingsbeslissing neemt. Capler is een fund-of-funds en hanteert een actief beleggingsbeleid om wereldwijd te investeren in meerdere private equity fondsen. Deze private equity fondsen investeren in niet-beursgenoteerde bedrijven. Beschreven voorbeelden van bedrijven en private equity fondsen hoeven niet representatief te zijn voor alle andere private equity fondsen en bedrijven waarin Capler (indirect) belegt. Beleggers kunnen participaties in Capler kopen en beleggen daarmee alleen indirect in de beschreven fondsen en bedrijven. Private equity is een langetermijn belegging en het Capler Private Equity Fund-of-Funds is daardoor illiquide. Daarnaast kent beleggen in het algemeen- en private equity als beleggingscategorie specifieke risico's. Meer informatie hierover is, naast het eerder genoemde prospectus, ook hier te vinden.

Een overzicht van private equity evergreens
Evergreens, semi-liquid fondsen en andere private equity structuren die afwijken van traditionele closed-end fondsen waren tot vorig jaar een zeldzaamheid. Maar in 2025 veranderde het aanbod binnen dit niche segment aanzienlijk. Veel grote internationale private equity huizen hebben inmiddels een of meerdere varianten op dit thema gelanceerd. Tijd om deze markt verder te verkennen.
Tijdens de lancering van het Capler Private Equity Fund-of-Funds in 2024 waren evergreen fondsen nog schaars. Sindsdien is onze database gegroeid naar meer dan 50 fondsen, uit binnen- en buitenland, die deze fondsstructuur omarmen. Deze dataset gebruiken we voor onderzoek en vergelijking binnen deze beleggingscategorie.
De dataset
Voor dit artikel richten wij ons op 29 fondsen met een publieke koersontwikkeling én voldoende looptijd voor een volledig beeld. Fondsen die in 2025 korter dan één kwartaal bestonden, zijn uitgesloten. Van deze 29 fondsen hebben 16 een EUR-koers en 27 een USD-koers. Bij 14 fondsen is er overlap: zij noteren in zowel euro’s als dollars.
Samen beheerden deze 29 fondsen eind 2025 ongeveer USD 90 miljard. Fondsen die in 2025 zijn gestart haalden in totaal ruim USD 5 miljard op. De werkelijke groei van deze beleggingscategorie is echter zichtbaar bij de fondsen die al langer actief zijn: zij verdubbelden hun beheerd vermogen van ongeveer USD 40 miljard naar USD 80 miljard.
| Onderzochte private equity evergreen fondsen (USD mln) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Beheerd vermogen | Opgehaald vermogen | |||||
| Kleinste fonds | Grootste fonds | Gemiddeld | Totaal | Eerstejaars | Meerderejaars | |
| 2024 | $0 | $19,000 | $1,803 | $43,274 | $0 | $43,274 |
| 2025 | $60 | $25,600 | $3,125 | $90,616 | $5,738 | $84,878 |
| Groei ($) | $60 | $6,600 | $1,322 | $47,342 | $5,738 | $41,604 |
| Groei (%) | - | 35% | 73% | 109% | - | 96% |
Het grootste fonds beheerde in 2025 ruim USD 25 miljard, het kleinste USD 60 miljoen. Een gemiddeld fonds heeft een omvang van iets meer dan USD 3 miljard.
In dit artikel drukken wij de prestaties uit in USD. Dit heeft twee redenen: er is meer data beschikbaar in dollars en het grootste deel van de portefeuille is geïnvesteerd in de VS. Meer data zorgt voor een betere vergelijking en gegeven de wisselkoersschommelingen en hedging-effecten voor euro koersen, verstoort dat de vergelijking als we puur naar de prestaties van de onderliggende fondsen en bedrijven willen kijken. Over wisselkoersen leest u meer in ons artikel: Wisselkoersen en de impact op beleggen.
Is het rendement te voorspellen?
Binnen onze dataset hebben wij onderzocht welke kenmerken van fondsen voorspellend kunnen zijn voor het rendement.
Zo keken wij naar fondsomvang. Grotere fondsen doen doorgaans grotere deals, en grotere private equity deals leveren gemiddeld een lager rendement op dan kleinere deals1. Een groter fonds zou dus mogelijk een lager gemiddeld rendement behalen. Wanneer wij naar de cijfers van 2025 kijken, zien wij dit verband echter niet terug.

De data laat eerder zien dat rendementen bij kleinere fondsen meer gespreid zijn, zonder dat er een duidelijke trend zichtbaar is. Onze conclusie: fondsomvang was voor deze fondsen geen betrouwbare voorspeller van prestaties.
Hetzelfde geldt voor de groei van het fondsvermogen, geografische spreiding en sectorspreiding. Deze factoren leveren in onze dataset geen eenduidige voorspelling van rendement op. Op individueel fondsniveau kunnen zij wél aanvullende inzichten bieden, die wij meenemen in onze investeringsbeslissingen.
Er is echter één factor die in deze dataset een verband laat zien met rendement: de leeftijd van het fonds.
Waarom presteren eerstejaars beter?
Recent opgerichte fondsen (‘eerstejaars’) behalen gemiddeld een significant hoger rendement dan fondsen die al langer bestaan (‘meerderejaars’). Er is geen theoretische verklaring voor dit verschil, maar er zijn wel een aantal praktische verklaringen.
Een reden dat net gelanceerde fondsen graag een sterk eerste jaar willen laten zien is het winnen van vertrouwen bij beleggers, wat op de langere termijn meer vermogen – en dus meer beheervergoedingen – oplevert. Fondsmanagers hebben dus een duidelijke prikkel om het eerste jaar goed te presteren.
Dat kunnen zij op verschillende manieren stimuleren. Zo kunnen zij in het eerste jaar lagere kosten rekenen, of vroege beleggers een korting aanbieden. Evergreen fondsen die investeren binnen een groter platform van een private equity manager, kunnen de meest kansrijke beleggingen toegeschoven krijgen, soms aangeduid als ‘warehousing‘. Bij secondaries transacties waarbij met korting is aangekocht, wordt die korting soms direct in het eerste jaar verwerkt in de koers, in plaats van gespreid over meerdere jaren.
Een veel gemaakte grap in de sector is dan ook: beleg alleen in net opgestarte fondsen. Dit kan echter zelden en is praktisch onmogelijk. Zo is er vaak een lock-up periode, waardoor beleggers voor langere tijd vastzitten ook na een succesvol eerste jaar. Ook is het onverstandig: binnen private equity zijn relaties cruciaal voor toegang tot goede fondsen. Wie bekend staat als iemand die telkens van fonds wisselt, zal dat vroeg of laat merken. En ten slotte is private equity een langetermijn beleggingscategorie. Een strategie gericht op één of twee jaar levert geen representatief langetermijn resultaat op.
De prestaties van 2025
Gemeten in Amerikaanse dollars hadden evergreen private equity fondsen een goed jaar in 2025. Het gemiddelde rendement bedroeg 15,7%, met fondsrendementen tussen de 3,8% aan de onderkant tot 27,2% aan de bovenkant. Het rendement in dollars werd in 2025 gedeeltelijk geholpen door de wisselkoers. Gemiddeld 30% van de beleggingen van de fondsen in de benchmark vond plaats in Europa. Deze beleggingen droegen door de wisselkoersontwikkelingen extra bij aan het rendement in dollars.
Binnen private equity is het gebruikelijk om prestaties in te delen per kwartiel. Om tot het bovenste kwartiel (de best presterende 25%) te behoren, was in 2025 een rendement van minimaal 20% nodig. Het onderste kwartiel behaalde minder dan 11,4%.
In de onderstaande grafiek zijn de gewogen gemiddelde rendementen weergegeven als stip. De dikke balken tonen de grenzen van het onderste en bovenste kwartiel. De dunne lijn geeft de hoogste en laagste prestatie weer.

Het verschil tussen eerstejaars en meerderejaars fondsen is zichtbaar in de data. Eerstejaars fondsen behaalden een gemiddeld rendement van 18,5%. In de dataset is dit 32% hoger dan de meerderejaars fondsen, die gemiddeld 14% realiseerden. De best presterende eerstejaars fondsen (bovenste kwartiel) kwamen uit op minimaal 22,5%, en zelfs het laagste resultaat binnen deze groep (8,3%) lag hoger dan de onderkant van de meerderejaars fondsen. Ook de ondergrens van het slechtst presterende kwartiel bij eerstejaars (14,6%) lag hoger dan bij de meerderejaars.
De prestaties van Capler’s fondsselectie
Wij gebruiken deze benchmark niet alleen voor onderzoek, maar ook om onze eigen fondsselectie te beoordelen.
Het gewogen gemiddelde rendement van de evergreen fondsen in onze portefeuille bedroeg in 2025: 17,4%* (gemeten in Amerikaanse dollars). Dat ligt 11% boven het marktgemiddelde van 15,7% in deze dataset uit 2025.
Onze portefeuille heeft dus een mooi jaar gehad ten opzichte van andere evergreens in ons onderzoek. Binnen de portefeuille behaalden eerstejaars fondsen gemiddeld hogere rendementen dan meerderejaars fondsen. De resultaten van meerderejaars fondsen lagen dichter bij het gemiddelde en vertoonden een grotere spreiding.
Wij zien deze (gedeeltelijke) bevestiging van onze fondsselectie als een signaal dat er nu geen wijzigingen in de strategie nodig zijn, maar we blijven realistisch. De prestaties van één jaar zijn niet representatief voor een langetermijn beleggingscategorie als private equity. Private equity is een langetermijn beleggingscategorie en rendementen kunnen van jaar tot jaar fluctueren. We moeten nog meer geduld hebben voordat wij hier stevige conclusies aan kunnen verbinden. Bovendien is rendement niet het enige criterium bij fondsselectie. Onder andere kosten, hedging en liquiditeit zijn eveneens belangrijke factoren. Toch nemen wij uit dit onderzoek weer nieuwe inzichten mee om onze beleggingsstrategie verder te verfijnen.
* Let op: dit is niet het behaalde rendement van het Capler fonds zelf. Het rendement hierboven is uitgedrukt in Amerikaanse dollars, terwijl het Capler fonds in euro’s noteert. Door wisselkoersschommelingen lagen in euro’s behaalde rendementen in 2025 gemiddeld een stuk lager. Daarnaast is dit een gewogen gemiddelde gebaseerd op de portefeuillesamenstelling per 31 december 2025. Door de timing van beleggingen kan het werkelijke resultaat hiervan afwijken. Deze cijfers zijn uitsluitend bedoeld ter vergelijking van onze fondskeuzes binnen de benchmark, en zijn niet bedoeld als basis voor beleggingsbeslissingen. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. U kunt uw inleg (gedeeltelijk) verliezen wanneer u belegt, ook in het Capler fonds.
Conclusie
Dit artikel is uitgebreid, en toch hebben wij niet alles kunnen behandelen. De wereld van evergreen private equity fondsen kent veel nuances, en ook onze fondsselectie laat zich niet volledig samenvatten in één overzicht.
Toch biedt dit artikel al een goed beeld van deze snel ontwikkelende beleggingscategorie en de factoren om rekening mee te houden, als belegger én voor ons als fondsmanager. Heeft u vragen of wilt u meer weten? Neem dan gerust contact met ons op.
Bronnen
¹ Schroders – The attractions of the small-mid private equity segment
Wisselkoersen en de impact op beleggen
De geschiedenis van wisselkoersen is niet een onderwerp waar de gemiddelde particuliere belegger vaak bij stilstaat, maar toch kan het een grote impact hebben op het rendement van beleggingen. In dit artikel gaan we dieper in op de relatie tussen de Amerikaanse dollar en de euro, met in het achterhoofd die ene vraag: to hedge or not to hedge?
Dat wisselkoersen een grote impact hebben op beleggingsrendement, hebben we het afgelopen jaar aan den lijve ondervonden. Beleggingen in Amerikaanse dollars – bijvoorbeeld in Amerikaanse aandelenbeurzen of Amerikaanse private equity – worden minder waard in euro’s wanneer de dollar daalt in waarde, en worden juist meer waard in euro’s wanneer de dollar stijgt.
Een simpel voorbeeld
We doen voor €100 een belegging en de wisselkoers met de dollar is 1,0. Dan krijgen we voor €100 een belegging ter waarde van $100.
- Scenario 1: Stel dat de wisselkoers met 10% stijgt naar 1,1. Voor 1 dollar krijgen we nu 1,1 euro. Onze $100 is nu €110 waard.
- Scenario 2: Stel dat de wisselkoers met 10% daalt naar 0,9. Voor 1 dollar krijgen we nu 0,9 euro. Onze $100 is nog maar €90 waard.
Zonder dat de winst of omzet van een belegging is veranderd, heeft alleen de wisselkoers al impact gehad op het rendement in euro’s. Een belangrijke factor dus, vooral als je wereldwijd gespreid belegt.
De introductie van de euro
Laten we beginnen met een blik op de historische cijfers. Op 1 januari 1999 werd de euro als nieuwe munt geïntroduceerd. De openingskoers toonde dat 1 Amerikaanse dollar op dat moment gewisseld kon worden voor 0,85 euro ($1 = €0,85, of andersom €1 = $1,17), en zo begon de inmiddels 27-jarige dans met ups en downs tussen deze twee munteenheden.

In 2002, drie jaar na de introductie, bereikte de dollar zijn hoogste koers ooit: $1 = €1,12 (of €1 = $0,89). Vervolgens daalde de wisselkoers en bereikte in 2008 zijn voorlopig laagste punt op $1 = €0,68 (of €1 = $1,46). In de decennia die volgden bleef de wisselkoers rond het gemiddelde van $1 = €0,85 bewegen.
Als we kijken naar de procentuele jaarlijkse verandering van de wisselkoers, is de impact op 2025 duidelijk te zien.

Stijgende wisselkoersen in deze grafiek betekenen een sterker wordende dollar of zwakker wordende euro, wat een positieve impact heeft op Amerikaanse beleggingen die worden teruggerekend naar euro’s. Bij dalende wisselkoersen is het natuurlijk andersom.
De top-5 jaren met de grootste wisselkoersschommelingen (naar boven of naar beneden) in de afgelopen 27 jaar zijn:
- 2002: -20.0%
- 2003: -18.0%
- 1999: +14.4%
- 2017: -14.1%
- 2025: -13.5%
Opvallend is dat de drie grootste schommelingen plaatsvonden binnen vijf jaar na introductie van de nieuwe munt. Dit kan aan de timing liggen – rondom de dot.com bubbel – maar zou ook een logisch gevolg kunnen zijn van zoektocht naar een nieuwe balans. 2025 is zelfs de op-een-na-grootste schommeling van de afgelopen 20 jaar. We hebben dus een uitzonderlijk jaar achter de rug, met een negatieve impact op het euro rendement van Amerikaanse beleggingen. Maar als langetermijnbeleggers kijken we natuurlijk niet naar één jaar, maar naar langere periodes. Wat is daarop de impact?
Langetermijnimpact van wisselkoersen
Stel je hebt een beleggingshorizon van vijf jaar, wat zou dan de gemiddelde jaarlijkse impact zijn van de wisselkoers? Hiervoor kijken we naar de gemiddelde wisselkoersverandering over de gehele vijfjaarsperiode.

In deze grafiek zien we de gemiddelde jaarlijkse impact van de wisselkoers over vijfjaarsperiodes. Het eerste datapunt is dus de gemiddelde jaarlijkse wisselkoersimpact tussen 1 januari 1999 (de start van onze dataset) en 31 december 2003. De negatieve datapunten (in het rood) geven de vijfjaarsperiodes aan waarin de wisselkoers gemiddeld een negatieve impact heeft gehad. Het dieptepunt was voor beleggingen gedaan in de periode januari 2002 – december 2006, waarin de dollar gemiddeld 8,2% per jaar aan waarde verloor.
Voor beleggers met een vijfjaarshorizon die in januari 2011 zijn begonnen met beleggen in Amerika, was het juist positief. Zij hebben gemiddeld 4,1% per jaar verdiend op de wisselkoersschommelingen (hoewel dit natuurlijk niets zegt over het totaal behaalde rendement van hypothetische beleggingen).
Waar de uitschieters van de wisselkoers op een periode van één jaar schommelden tussen +20,0% en -14,4%, zijn de pieken en dalen op een vijfjaarsperiode een stuk gematigder. Zelfs met de daling van de dollar in 2025 behalen beleggers over de periode januari 2021 – december 2025 nog een gemiddeld voordeel van 0,7% per jaar op hun dollarbeleggingen.
Ook voor nog langetermijnbeleggers zien we vergelijkbare resultaten, die steeds stabieler worden naarmate de periode langer duurt.
| 5-jaar periode | 10-jaar periode | 15-jaar periode | |
|---|---|---|---|
| Gemiddelde | -0,5% | 0,1% | 0,3% |
| Max. nadeel | -8,2% | -3,8% | -1,2% |
| Max. voordeel | 4,1% | 2,4% | 2,1% |
Het maximale jaarlijkse verlies op de wisselkoersen voor tienjarige periodes ligt op 3,8% en de maximale positieve impact op 2,4%. Voor vijftienjaarsperiodes worden de uitschieters nog kleiner: 1,2% maximaal verlies en 2,1% maximale positieve impact. Ook de gemiddelde uitkomsten van de vijf-, tien- of vijftienjaarsperiodes zijn laag en balanceren tussen -0,5% en 0,3% per jaar aan impact.
Als we zelfs nog langer kijken – naar de afgelopen 20 jaar of sinds de introductie van de euro – dan is de gemiddelde jaarlijkse verandering afgerond (op 4 decimalen) 0%.
Gevolgen voor beleggers
Onze analyse is dat wisselkoersen op de korte termijn een stevige impact kunnen hebben op beleggingsresultaten. Maar de historie laat zien, en dat is ook goed zichtbaar in de eerste grafiek, dat de USD-EUR wisselkoers over langere periodes gedurende de afgelopen 27 jaar weinig structurele wijzigingen heeft vertoond.
Wij zijn echter geen macro-economen en doen ook geen voorspellingen over of de Amerikaanse dollar omhoog of omlaag zal gaan in het aankomende jaar. Als beleggers kijken we echter wel of er mogelijkheden zijn om de impact van valutaschommelingen te minimaliseren omdat dit volatiliteit verlaagt met als doel een zo hoog mogelijke kans dat het doelrendement van het fonds behaald wordt.
Hedging wordt vaak gebruikt om dit valutarisico af te dekken, waarbij bijvoorbeeld telkens driemaands putopties worden gekocht op de huidige waarde van de Amerikaanse dollar. Stijgt de dollar, dan is de optie niets waard, maar daalt de dollar, dan werkt de optie als een soort verzekering en wordt het verlies (gedeeltelijk) gecompenseerd. Deze opties zijn echter niet gratis en kosten gemiddeld zo’n 1% per jaar als je het valutarisico van een 100% in dollar aangehouden portefeuille wilt afdekken .
Zoals we eerder lieten zien is de impact van de wisselkoers over een gemiddelde 5-jaars periode -2,5% (5 maal -0,5%). Met gemiddelde kosten van 1% per jaar voor hedging zijn de totale kosten 5% over deze periode. De afweging is dan als volgt:
- Zonder hedging: we verliezen over een gemiddelde vijfjaarsperiode 2,5% aan rendement.
- Met hedging: we voorkomen verlies door wisselkoersen (maar maken we ook geen potentiële winst bij stijgende wisselkoersen) en hebben we een gegarandeerde kostenpost van 5%.
Over langere periodes, met een nog lagere gemiddelde impact van de wisselkoers, zal het verschil tussen wel of niet hedgen nog verder oplopen.
Conclusie
Private equity is een langetermijn beleggingsstrategie. Hoe langer je belegt, hoe kleiner de gemiddelde impact van wisselkoersschommelingen is (afgaande op de historische data) en hoe hoger de kosten worden als je hedget. Wij hebben er dan ook voor gekozen om niet te hedgen. Hoewel dit in 2025 pijn heeft gedaan in onze portefeuille, staan wij – vanuit de kennis en data die we hier uiteen hebben gezet – nog steeds volledig achter deze keuze.
Met deze strategie verwachten wij op de langere termijn kosten te besparen, wat dan ten goede moet komen aan het rendement. Dat betekent niet dat wij tegen hedging zijn of dit nooit zouden overwegen. Wij blijven de mogelijkheid tot hedging continu onderzoeken en wegen deze af tegen de kosten en de samenstelling van onze portefeuille. In specifieke situaties, bijvoorbeeld wanneer zonder substantiële kosten kan worden gehedged (zoals via onderliggende private equity-fondsen), zullen wij dit vanzelfsprekend altijd meenemen in onze afweging.
Bronnen
6 goede voornemens voor ondernemers in 2026
Het nieuwe jaar biedt een ideaal moment voor reflectie en positieve veranderingen. Harvard Business Review heeft, in samenwerking met de strategie consultants van McKinsey, 6 waardevolle lessen opgesteld, die ondernemers kunnen trekken uit de strategie van private equity.
De dagen van historische private equity praktijken zoals opknippen van bedrijven of financiële constructies, zijn voorbij. Het verkopen van bezittingen en terughuren (sale-and-leaseback) maakt plaats voor een focus op operationele verbeteringen. Hieronder zes voornemens waarmee je als ondernemer in 2026 het verschil kunt maken. Geïnspireerd op de best practices uit de wereld van private equity.
1. Doorlopende analyse van de volledige potentie
Een van de eerste stappen die private equity investeerders zetten, is het nauwkeurig analyseren welke bedrijfsactiviteiten waarde toevoegen. Producten, klantsegmenten, operationele processen worden kritisch bekeken door de bril: welke kansen missen we hier?
Het gaat daarbij niet om kleinschalige veranderingen, maar met een frisse blik kijken naar het maximaal haalbare. En dit gebeurt niet eenmalig voorafgaand aan een investering, maar elke 2-3 jaar wordt er de tijd genomen voor een volledige nieuwe review. Het liefst gebeurt dit met verse ogen van buitenaf, zodat het bedrijf weer naar een nieuwe fase van groei geleid kan worden.
2. Koppel vaardigheden aan je nieuwe doelstellingen
Waar veel bedrijven stabiele management teams houden en hun doelstellingen of acties aanpassen aan de vaardigheden van het zittende team, zien bedrijven die worden overgenomen door private equity opvallend veel management veranderingen. Volgens Harvard Business Review wordt in 71% van de private equity overnames van meer dan $1 miljard, de CEO binnen 2 jaar vervangen.
Als er nieuwe doelstellingen zijn die behaald moeten worden, dan is het een absolute noodzaak om daar ook het juiste talent voor binnen te halen. Niet alleen snelheid is daarbij essentieel, zowel tijdens het recruitmentproces als bij het afscheid nemen van ondermaats presterend personeel. Ook beloningssystemen strak gekoppeld aan resultaat zijn cruciaal. Zowel om nieuw talent binnen te halen als voor het behoud en het blijven motiveren van je best presterende bestaande medewerkers.
3. Creëer een schone lei aan personeel
Visionaire doelstellingen en nieuwe vaardigheden kunnen nieuwe kansen creëren, maar operationele winst valt zeker te behalen binnen de bestaande organisatie.
In een gemiddeld bedrijf is arbeid 40%-80% van de totale kostenstructuur. Meestal zijn er wel strakke systemen voor de inkoop van kapitaalgoederen, tot aan de paperclips aan toe, maar ontbreekt het aan duidelijke kaders (behalve arbeidsvoorwaarden), voor het aannemen van personeel.
Een oud-Nederlands gezegde luidt: ¨ik wens je veel personeel¨. Wat zoiets betekent als veel kopzorgen. De private equity visie is, vereenvoudig je personeelsbestand binnen 6 maanden met 30%-60%, met de volgende stappen:
- Elimineer al het overtollige werk. In grote organisaties worden er allerlei taken, monitoring, rapportages gedaan die verder geen opvolging kennen en niet bijdragen aan het verbeteren of versnellen van de organisatie.
- Centraliseer je personeel. Personeel dat verspreid is over verschillende locaties of grotendeels remote werkt, helpt in veel gevallen de arbeidsproductiviteit niet. Starters op de arbeidsmarkt of teams verantwoordelijk voor complexe vraagstukken werken beter op locatie.
- Meer werk voor je top personeel. In grote teams, waarvan iedereen ongeveer hetzelfde werk doet (administratie, ontwikkeling, support), doet 50% van de medewerkers meestal 80%-90% van het werk, met betere resultaten. Door ook de laatste 10%-20% bij de toppers neer te leggen met de juiste beloning daarvoor, verklein je niet alleen je personeelsbestand, maar gaat ook de kwaliteit van het werk omhoog.
4. Verminder je omzet
Ja het staat er echt. Niet alle omzet is gelijk, want niet elke euro die je verdient draagt ook bij aan de winst en vrije kasstromen. Sommige klantgroepen slokken al je ontwikkelingscapaciteit of helpdesk op. Of sommige producten vragen de meeste kapitaalinvesteringen. Kijk dus verder dan alleen de bruto marges, maar neem kosten allocaties op alle niveau´s mee om te bepalen hoe winstgevend een klant nu echt is.
Het bewust verminderen van je minst winstgevende omzet (klantgroepen, producten, regio´s), is een duidelijk onderscheidend vermogen van bedrijven die worden aangestuurd vanuit private equity, in vergelijking met beursgenoteerde bedrijven. Zonder de druk van kwartaalcijfers, kan een privaat bedrijf makkelijker en rigoureuze stappen richting een winstgevende toekomst zetten.
5. Het zit hem in de uitvoering
Stap 1 was natuurlijk een goed plan maken en voortdurende analyse, maar deze plannen hebben ook een strakke opvolging nodig. Langetermijn roadmaps moeten in jaar of kwartaal doelstellingen geknipt worden en elke werkstroom moet iemand eindverantwoordelijk voor worden gemaakt.
Vervolgens moeten er korte (wekelijkse) evaluaties plaatsvinden die inzichtelijk zijn voor het gehele bedrijf en alle betrokkenen. Door deze publiekelijke inzichten, moet je als team wel met de billen bloot en is het voor het management goed inzichtelijk welke werkstromen achter lopen en dus meer aandacht of aanpassingen nodig hebben.
6. Tijd is geld
Grote private equity investeerders vragen hun CEO´s vaak: hoe ziet jouw agenda eruit? Besteed je genoeg tijd aan je grootste klanten, of de grootste waardecreatie projecten? Of spendeer je veel tijd aan de administratie en andere operationele processen die ook door andere werknemers of externen opgepakt kunnen worden?
De Harvard Business Review studie toonde aan dat CEO´s vaak denken slechts 20% van hun tijd aan interne meetings te besteden, maar dat het in de praktijk eerder 50%-70% van hun tijd is. Gegeven dat niet iedere CEO de middelen kan vrijmaken voor een eigen fulltime secretaresse (m/v) is een virtual assistant mogelijk een goede optie.
Conclusie
Ondernemen à la private equity vraagt discipline, focus en een mentaliteit van voortdurende verbetering. Natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan en gaat niet alles goed bij private equity. Maar de lessen uit het grootkapitaal, kunnen ondernemers wel helpen bij het stapsgewijs verbeteren van hun product, dienst en bedrijf.
Bron:Dit artikel is gebaseerd op Harvard Business Review – What every company can learn from private equity.
Diversifieer je portfolio
Institutionele beleggers overtroffen traditionele portefeuilles met diversificatie in private equity. Jij nu ook?